Berlijn 2008

Inleiding
Omdat wij, Dinie en Peter Oord, jaarlijks met één van de door onszelf gebouwde schepen een grote reis willen maken stuiten we dit jaar op een probleem. We hebben geen eigen schip omdat ons demoschip, een ABIM-Classic 118 XL, net voor de vakantie is verkocht. Goede raad is duur, maar gelukkig is één van onze klanten bereidt om hun schip, een ABIM-Classic 128 genaamd “Elwij” voor dit doel beschikbaar te stellen. Deze "Elwij" is net zoals alle andere ABIM-Classics een stalen multiknikspant motorjacht met kabelaring. Dankzij Ella en Wijnand kunnen we toch aan onze “droomreis”, de reis naar Berlijn via Delfzijl en het noorden van Duitsland, beginnen. Wel spreken we af dat zij, als we in Berlijn zijn, een dagje mee komen varen om Berlijn vanaf het water te bewonderen.


Naar Dömitz
Op donderdag 24 juli 2008 vertrekken we om 13.45 uur vanaf onze ABIM werf uit Ossenzijl, uitbundig uitgezwaaid door onze kinderen die, net zoals de afgelopen jaren, de honneurs waar zullen nemen. Seiny, een goede vriendin, is bij ons aan boord en zal meevaren tot Lauenburg, iets voorbij Hamburg.

Naast het feit dat het deze week heerlijk warm is, merken we bij de Linthorst Homansluis ook dat we het nog volop vakantie is. Waarschijnlijk zullen we 2 à 3 schuttingen moeten wachten voordat we de sluis in kunnen varen. Omdat we weten dat de “oude” Driewegsluis tijdens deze zomer ook wordt bediend besluiten we om achter het remmingwerk stuurboord uit te gaan en daar ons geluk te beproeven. Na enkele minuten gewacht te hebben is er uitvaart uit het sluisje en mogen we invaren. Een medewerker van de sluis verteld ons dat hij 3 maanden is ingehuurd om deze sluis te bedienen. Op deze wijze probeert de provincie Friesland het knelpunt wat te ontlasten hetgeen wat ons betreft een prima alternatief is. Het rustige schutten in het oude sluisje verloopt prima en geeft ons al een echt vakantie gevoel terwijl we nog maar net 30 minuten onderweg zijn. Via Heerenveen varen we door naar Vegelinsoord waar we afmeren op een prachtige Marekritte plek.

Omdat de vrijdag route naar Delfzijl zo’n 100 km. lang is, terwijl we ook nog 3 sluizen moeten passeren, stel ik aan de dames voor dat ik vroeg wil vertrekken maar dat zij wel kunnen blijven liggen. Dat voorstel wordt aanvaard zodat ik al om 6.50 uur de trossen van de “Elwij” losgooi.

Motorjacht ABIMDat blijven liggen van de dames werkt overigens niet want na 10 minuten wordt mij door Dinie al een kopje koffie aangereikt en ook Seiny komt er even later bij met de mededeling dat ze heerlijk geslapen heeft. Omdat we voorlopig geen sluis tegen zullen komen maken de dames geen haast en nemen rustig de tijd om te douchen en de boot binnen weer gereed voor de dag te maken. Via de Gaarkeukensluis, we zijn dan al enige tijd in Groningen, varen we verder in de richting van ons einddoel voor deze dag. Alhoewel bewolkt is het toch zo’n 25 graden en bijzonder aangenaam. Na de zeesluis bij Delfzijl gepasseerd te zijn meren we aan de drijvende steigers af in de jachthaven Nautilus. Er is vanavond koopavond dus maken we de fietsen klaar en fietsen naar het centrum van de stad. Na de nodige boodschappen te hebben gedaan en een heerlijk softijsje te hebben gescoord, fietsen we langs de dijk terug en kijken alvast of we iets van de route van morgen kunnen zien. De oversteek over de Dollard is goed te zien en ook Emden is al zichtbaar.

Teruggekomen aan boord ruimen we eerst de fietsen op in onze bank op het achterdek (wat een perfecte plek!) waarna we iets inschenken om op het achterdek te gaan genieten van de heerlijke avond. Met dat we daar plaats willen nemen horen we een grote plons en zien de buurman verschrikt naar zijn enige overgebleven fiets op het steiger kijken. Wat blijkt, door voorbijvarende schepen en als gevolg daarvan het bewegende steiger, is de andere fiets omgevallen en in het water terecht gekomen. Goede raad is duur, dus snel een dregankertje gepakt en samen met de buurman geprobeerd om de fiets weer terug te krijgen. Aangezien het op dit moment al bijna hoog water is, blijkt het hier wel zo’n 10 meter diep te zijn. Gelukkig voor hem heeft hij na een aantal pogingen geluk en blijkt de dreg precies achter zijn hangslot, dat losjes om het stuur hing, vastgepakt te hebben. Hoeveel geluk kan een mens hebben ?

Vanwege het getijde vertrekken we zaterdag 26 juli pas om 12.00 uur zodat we de vloedstroom mee hebben tot voorbij Papenburg. De oversteek is, mede door het mooie warme weer, prachtig en de grote zeeschepen blijven op afstand. Op de Dollard hijsen we de Duitse gastenvlag in het stuurboordwant waar deze tot onze terugkomst in Nederland op donderdag 28 augustus zal blijven hangen.


De Dollard gaat langzamerhand over in de rivier de Ems en deze wordt na de stormvloedkering bij Gandersum al snel smaller en modderiger zodat het op het laatst wel lijkt of we door een modderbad varen. De vloedstroom van zo’n 7 kilometer brengt ons snel voorbij Papenburg waar we bij de Meijer werf tevergeefs zoeken naar een in aanbouw zijnd passagiersschip waar deze werf bekend om staat. Misschien dat er binnen zo’n zeereus in aanbouw ligt, maar de haven is leeg. Als we bij de sluis Herbrum aankomen melden we ons per marifoon en maken vast aan het wachtsteiger voor de sluis. Als de hefdeur opengaat varen wij niets vermoedend deze sluis is. Nou weten we dat net geopende hefdeuren vaak veel water loslaten, maar wat te denken van dit modderwater! Nadat we in de sluis hebben afgemeerd lijkt het alsof er duizend meeuwen over de "Elwij" gevlogen zijn die allemaal flatsen met modder neergekwakt hebben, wat ziet de boot eruit!

Uit de sluis komende vinden we direct aan bakboord een soort oude rivierarm waar we prachtig kunnen ankeren. Na allereerst met z’n drieën de boot grondig gewassen te hebben brengen we onze “befaamde skottelbraai” in stelling om al etende op het achterdek te genieten van een prachtige avond. Als we iets later een olielucht ruiken blijkt er een motorjachtje, dat aan een steiger iets verderop ligt, olie geloosd te hebben. Jammer dat mensen zo onnadenkend met de prachtige natuur omspringen.

De zondag brengt ons via het Küstenkanaal naar Oldenburg. Net voordat we af willen meren maakt een geweldige onweersbui met veel regen en wind een einde aan deze warme dag. We meren af aan een kade bij een restaurant waar we ’s avonds onze eerste schnitzel van deze vakantie verorberen. Over het Küstenkanaal (ca. 70 km. lengte en 2 sluizen) kunnen we kort zijn, doordat het kanaal aan beide kanten van dicht struikgewas is voorzien is dit niet aantrekkelijk.

Omdat het maandag te warm is om in de stad Oldenburg te blijven, varen we verder over de Hunte en Unter-Weser naar Bremerhaven. Ook nu weer houden we rekening met het getijde zodat de ebstroom ons met een mooie snelheid meevoert terwijl wij genieten van het uitzicht. Vooral de Unter-Weser met prachtige zandstranden en de grote zeeschepen is erg indrukwekkend. Een groot zeeschip dat ons passeert is van de rederij Wagenborg uit Delfzijl en als de bemanning ziet dat wij ook Nederlanders zijn geven ze even een kort geluidsignaal voordat ze ons al zwaaiende inhalen. Als we in de stad Bremerhaven aan een drijvend steiger in de rivier de Geeste afmeren is het laagwater en kijken we hoog tegen de kademuren op. ’s Avonds, terugkerend na een wandeling door de stad en een heerlijke maaltijd op een terras aan de Unter-Weser, zien we dat de "Elwij" boven de kade uit torent. Het verschil tussen laag- en hoogwater bedraagt hier zeker 5 meter. Ook nu biedt het achterdek weer de nodige verkoeling na deze warme dag en het is dan ook al laat als we besluiten om naar bed te gaan.

De route van vandaag en morgen gaat over de Geeste en het Hadelnerkanaal naar Otterndorf aan de Unter-Elbe. Dit stuk zou volgens “insiders” door ons niet bevaren kunnen worden omdat de bruggen te laag zouden zijn. Omdat we ons hier echt goed op voorbereid hebben en zowel de vaarkaarten als het PC programma “Navigo” geen problemen voorzien besluiten we om het gewoon te proberen.

Aangezien er in het getijde gedeelte van het riviertje de Geeste al een sluis met een vaste brug ligt die erg laag is, moeten we wel met laagwater vertrekken. Na het liggeld te hebben voldaan en de eerste verse Duitse broodjes te hebben gehaald ruimen we de tent op om daarop alvast voorbereid te zijn. Na zo’n 10 kilometer zien we deze getijde sluis (Tidesperrwerk) en een hele verbaasde sluismeester. Die ziet waarschijnlijk alleen maar een hele grote "Elwij" op zich afkomen en weet niet dat deze “teruggebracht” kan worden tot een kruiphoogte van 2,45 meter. Dus als hij op ons afkomt en wij op zijn vraag antwoorden dat we op dit moment (met windscherm) 2,95 hoog zijn zegt hij dus dat we niet onder de sluisbrug door kunnen. Als we hem dan vragen of dat met 2,45 meter wel kan geeft hij, enigszins van de wijs gebracht door deze vraag, aan dat het dan we zal gaan.

Nou, dan laten we het windscherm ook zakken, ruimen de stoelen en de vlaggenstok op en varen de sluis in. Het blijkt prima te gaan want nu hebben we zeker zo’n 30 cm. speling. Als we hier echt met laagwater geweest zouden zijn hadden we waarschijnlijk het windscherm niet eens hoeven te klappen. Het Hadelner kanaal is een echte aanrader. Een mooi rustig kanaaltje met prachtige uitzichten en regelmatig leuke huizen en boerderijen langs de kanaaloever. Het weer is fantastisch (33 graden!) de mensen langs de waterkant zwaaien vriendelijk en af en toe zien we een tegenligger.

Gezien de temperatuur besluiten we om vroeg af te meren in Bad Bederkesa. Aan beide zijden van het kanaal zijn er ruime afmeermogelijkheden en het water is superschoon. Als we dan ook om 12.45 uur zijn afgemeerd weten we niet hoe snel we het water in moeten. De rest van de middag brengen we door op het zwemplateau of in het water. Op 50 meter van de boot bevindt zich een restaurant en gezien de temperatuur besluiten we om daar vanavond op het terras te gaan eten. Als we aan het begin van de avond daar plaats hebben genomen begint het te regenen zodat we binnen plaats moeten nemen. De aardige mevrouw die ons bedient vertelt ondertussen iets over Bad Bederkesa. Het grote meer achter het restaurant, dat overigens niet door motorjachten bevaren mag worden, is een zogenaamd “leem meer”. Deze leem schijnt een geneeskrachtige werking te hebben dat ook in het nabijgelegen kuuroord “Aqua Vitalis” veel wordt gebruikt. Na het eten besluiten we om nog even door het dorpje te wandelen, het is ondertussen droog, waarna we op het achterdek nog even napraten over deze fijne dag.

De woensdag begint minder warm en het dreigt zelfs af en toe naar regen. Omdat we vandaag de laagste brug van dit traject tegen zullen komen en de tent dus weer hebben afgebroken zitten we daar niet op te wachten. Motorjacht ABIMGelukkig valt het mee en laat de zon zich later weer steeds vaker zien. Het kanaal blijft mooi en afwisselend en al snel bereiken we Otterndorf met de sluis die ons weer naar het zoute water van de Unter-Elbe zal brengen. Als we ons melden bij de sluis vraagt ook deze sluismeester hoe hoog we zijn en geeft i.v.m. een vaste boogbrug aan de achterzijde van de sluis aan om dan nog even te wachten tot het water van de Elbe nog iets lager is. Als we na een halfuurtje invaren hebben we ondertussen alles “geklapt” wat er nog te klappen valt terwijl Seiny op de sluis foto’s van deze “platte Elwij” maakt. Na het afschutten moeten we nog even op het signaal van de sluismeester wachten die boven op de brug naar voorbijvarende zeeschepen kijkt. Zo’n schip kan de hoogte van het water dermate beïnvloeden dat wij daar onder het lage bruggetje problemen mee zouden kunnen krijgen. Na zijn goedkeuring manoeuvreren we de "Elwij" recht voor de opening van de brug en varen hier voorzichtig onderdoor. Achteraf hadden we misschien nog iets langer kunnen wachten want doordat het een boogbrug is blijven de zijkanten van de "Elwij" misschien maar net 5 cm. vrij.


Hier uitgekomen varen we, wederom, het zoute water op om af te meren in de jachthaven Otterndorf die aan bakboord van het vaarwater gelegen is. Ook dit is weer een nieuwe ervaring voor ons, afgemeerd liggen in een haven die droogvalt. Volgens de havenmeester zal de "Elwij" rechtstandig in de “smurrie” zakken zoals hij het noemt en hoeven we ons geen zorgen te maken over omvallen of iets van dien aard. Naast het drijvende steiger waar wij afgemeerd liggen staan twee hoge palen waar net een zeilboot aan vastgemaakt is. Terwijl wij op ons achterdek om ons heen kijken zien we stukje bij beetje meer van de onderkant van die zeilboot vrijkomen. Als de onderkant helemaal zichtbaar is stapt de eigenaar via een ladder van boord en begint die te reinigen. Ook een manier om je onderwaterschip te behandelen en in ieder geval goedkoper dan het schip uit het water te takelen.

103-thReiniging onderwaterschip’s Avonds, na een heerlijke maaltijd op het “Elbe terras” wandelen we naar het strand om tijdens zonsondergang naar de vele voorbij varende zeeschepen te kijken.

Als we donderdag, alweer de laatste dag van deze juli maand, de "Elwij" klaar maken voor het vertrek is er ineens grote consternatie op het steiger. Wat blijkt, er is nu in Hamburg een evenement met grote passagiersschepen en op dit moment komt de "Queen Mary 2", met meer dan 2.600 passagiers het grootste passagiersschip ter wereld, voorbijvaren. Het is inderdaad een indrukwekkend gezicht het grote zwarte schip met witte opbouw dat met grote snelheid richting de Noordzee vaart. Als de "Queen Mary 2" even later voorbij is komt er een grote golf de haven binnenrollen die we al van verre aan zien komen.

Met dat we om 9.30 uur de trossen losgooien komen er 2 schippers van andere jachten uit de haven vertellen dat we veel te vroeg vertrekken. Het water op de Elbe is nog te laag en we zullen ongetwijfeld vastlopen. Als we vertellen dat deze vertrektijd na overleg met de havenmeester tot stand is gekomen, raken ze zwaar met elkaar in discussie. Omdat we door ervaring weten dat “De beste stuurlui aan wal staan” laten we ze lekker met elkaar bekvechten en varen rustig de haven uit. Om in de vaargeul van de Elbe te komen moeten we een kleine 500 meter, vlak langs zogenaamde prikstokken, over een ondiepe zandplaat varen. Met weinig snelheid en goed kijkende op de dieptemeter leggen we deze afstand af en hebben meestal minstens 40 cm. ruimte onder de kiel.

Als we de vaargeul bereikt hebben wachten we even op een groot zeeschip dat in volle vaart vanaf zee richting Hamburg vaart, alvorens over te steken naar de aanbevolen overkant van het brede vaarwater. Hier in de betrekkelijke luwte varen we op ruime afstand van de zeeschepen tot we ter hoogte van Brunsbüttel weer terug keren naar de goede wal. Ook hier hebben we weer de ruimte om zonder in het vaarwater van de zeeschepen te komen onze reis te vervolgen. De Elbe wordt langzamerhand smaller en mede omdat we af en toe achter een eiland langs kunnen varen hebben we een hele mooie gevarieerde tocht. Regelmatig komen ons zeeschepen en af en toe ook een passagiersschip tegemoet, maar verder is het vrij rustig op het water. Ondertussen is het wederom erg warm geworden zodat we na het afmeren in Finkenwerder, de geboorteplaats van de Airbus vliegtuigen, besluiten we om onmiddellijk te gaan zwemmen. Gezien de warmte besluiten we om aan boord te gaan skottelbraaien.

Vandaag het laatste stuk getijde rivier van onze reis en tevens een route langs de havens van Hamburg. Op advies van een schipper varen we over de zuid Elbe die minder druk is dan de noordelijke route. We komen langs grote containerterminals waar reusachtige zeeschepen door soms wel 4 kranen tegelijkertijd worden gelost en varen richting Geesthacht, de sluis die ons weer naar het zoete water zal brengen.

Ondertussen hebben we weer een klein regenbuitje en zijn we nog maar net op tijd om de tent dicht te ritsen. Bij de sluis aangekomen moeten we enige tijd wachten tot er genoeg water staat om de beroepsvaart te kunnen schutten. Na 2 vrachtschepen varen wij samen met een ander jacht en een klein politiebootje rustig de sluis in. Als wij uit kunnen varen maakt het politiebootje te vroeg los en is even speelbal van het schroefwater van de vrachtschepen. De stuurman kan ternauwernood een harde aanraking met de sluismuur voorkomen terwijl zijn collega zich met moeite staande weet te houden in het krappe gangboord.

Als we in Lauenburg een plekje in de jachthaven aan het Elbe-Lübeckkanaal gevonden hebben blijkt dat we vandaag, inclusief de wachttijd bij de sluis, 7 uren gevaren hebben. De havenmeester heet ons hartelijk welkom en verteld dat we in het havenrestaurant lekker kunnen eten. Tevens bevestigd hij, hetgeen we ondertussen al wisten, dat we vanwege de lage waterstand niet over de Elbe naar Dömitz kunnen varen! De Elbe heeft een historische lage waterstand en het traject tot Dömitz (66 kilometer stroomopwaarts) heeft op dit moment een vaargeuldiepte van 98 cm.! Dat is jammer, maar deze bevestiging neemt wel het beetje laatste twijfel weg zodat we definitief voor de alternatieve route kiezen, maar daarover later meer.

Zaterdag 2 augustus blijven we in Lauenburg omdat onze dochter en schoonzoon, Joyce en Marcel, Seiny op komen halen en we er met z’n vijven een leuke dag van willen maken. Terwijl Dinie en Seiny de berg opklimmen naar de bakker, het centrum van het stadje ligt bovenop de berg, pak ik mijn schoonmaakspulletjes om de boot eens lekker te wassen. Daarna neem ik nog de tijd om de bakboordzijde en de achterkant in de vloeibare wax te poetsen en ziet de Elwij er weer als nieuw uit. Als per slot van rekening je schoonzoon, die bij ons de schepen poetst, aan boord komt moet het wel extra perfect zijn. De dames komen terug met brood en gebak en tegen elf uur arriveren Joyce en Marcel. Na de koffie en veel verhalen over hoe het thuis en op de werf is besluiten we naar het stadje te gaan. Aan het einde van korte maar hevige klim lopen we langs de (voor de dames helaas gesloten) winkels. We besluiten om naar de terrassen langs de Elbe te gaan om daar wat te gaan eten.

Tijdens het opnemen van de bestelling vraagt de ober ons wat wij denken van de mogelijke transfer van Rafaël van der Vaart van de Hamburger S.V. naar Real Madrid. Goed van deze man dat hij zo snel doorheeft dat wij Nederlanders zijn. Gelukkig weet Marcel te vertellen dat er om 15.00 uur vanmiddag een persconferentie over dit onderwerp gegeven wordt want aan mij moet je na anderhalve week vakantie zoiets niet vragen. Na deze uitgebreide lunch lopen we rustig terug naar de "Elwij" en praten daar nog wat door over alles wat ons bezig houdt. Ook gaan Marcel en ik nog even naar de Elbe omdat er een leeg Tsjechisch vrachtschip het kanaal uitvaart en wij nieuwsgierig zijn of deze wel stroomopwaarts de Elbe opgaat. Als we zien dat dit schip stroomafwaarts gaat lopen we nog even langs de Hitzler werf waar net een nieuwe binnenvaarttanker is opgeleverd. Het lijkt alsof het schip ongeduldig ligt te wachten op haar "Maiden-trip".

104-thVanavond besluiten we om wederom op het terras voor het havenrestaurant plaats te nemen waar we o.a. gebakken aardappelen bestellen die zo in een grote koekenpan worden geserveerd. Ook de schnitzel “Hamburger”, een schnitzel met daarop een gebakken ei, smaakt fantastisch.

Als de jongelui, samen met Seiny, om 21.45 vertrekken zijn we weer met z’n tweeën en bespreken de plannen voor de komende dagen. We besluiten om via het Elbe-Seitenkanaal naar het Mttellandkanaal te gaan om daarna via Brandenburg en het Havelkanaal omhoog naar de meren ten Noorden van Berlijn te varen. We zien later wel hoe lang we gaan en hoe ver we komen want per slot van rekening hebben we nog een kleine 4 weken te gaan.

Gewijzigde plannen
Nadat we zondagmorgen om 9.30 uur verse broodjes van de havenmeester hebben gekregen gaan de trossen los en varen we de Elbe enkele kilometers terug om bakboord uit het Elbe-Seitenkanaal in te slaan. Dit vrij jonge kanaal, in 1976 werd het geopend om in de tijd van de koude oorlog het scheepvaartverkeer naar Hamburg te garanderen, is 115 kilometer lang en heeft een hoogteverschil van 61 meter. Naast het Hebewerk “Lüneburg” dat 38 van de 61 meter voor “haar rekening” neemt is er ook sluis Uelzen, met een verval van 23 meter.

Het is meteen druk met vrachtschepen, er varen er 3 voor ons uit, terwijl er ook tegemoetkomend verkeer is. Het eerste stuk is redelijk mooi en al snel zien we het imposante Hebewerk “Lüneburg” een dubbele scheepslift met 2 bakken die onafhankelijk van elkaar omhoog of naar beneden gaan. De bakken hebben een lengte van 100 meter, zijn 12 meter breed en hebben een diepte van 3,40 meter.

105-thEchter doordat de binnenscheepvaart groeit in intensiteit maar vooral in afmetingen, zijn de bakken nu al weer te klein en moeten duwcombinaties met 2 bakken steeds bak voor bak naar binnen varen om daarna weer terug te keren om de andere bak op te halen. Ook deze morgen is er zoveel aanbod van schepen dat we zeker een uur moeten wachten alvorens we één van de bakken in kunnen varen. Als we uiteindelijk ingevaren zijn worden we echter in slechts 15 minuten opgeschut.

De volgende stop is sluis Lüneburg waar we weer een uur moeten wachten voordat we achter 2 vrachtschepen in kunnen varen. De ruimte achter het laatste schip is erg beperkt en we hebben alleen voor ons een drijvende bolder. Verder is er totaal niets om de “Elwij” aan vast te maken. Omdat de sluismeester echter via de marifoon contact met ons en met de vrachtschepen houdt hebben we er alle vertrouwen in dat het goed zal gaan. Om ons schip toch tegen de muur aan te houden zetten we tijdens het schutten de schroef in z’n achteruit. Boven aangekomen (23 meter!) vraagt de schipper van het vrachtschip voor ons of we goed vastliggen voordat hij de schroef in het werk zet. Gelukkig hebben we de mogelijkheden boven op de sluis benut om de “Elwij” beter vast te leggen en verloopt ook het uitvaren van de schepen goed.


Na deze ervaring vinden we het zo langzamerhand welletjes en besluiten om in Bodenteich af te meren. Hier vinden we een aanlegplaats voor de pleziervaart waar al meerdere jachten afgemeerd liggen. Het fijne van de Duitse kanalen is dat er vaak meerdere van deze ligplaatsen aan de oevers zijn gemaakt waar de vrachtschepen gemaand worden om niet te hard voorbij te varen. De meesten houden zich keurig aan deze instructie zodat je er prima kunt overnachten.

Als we maandagmiddag het Mittellandkanaal opdraaien zijn we weer op bekend water. Sluis Sülfeld kost ook nu weer de nodige tijd voordat we geschut worden maar toch zijn we al vroeg in de middag in Wolfsburg waar we tegenover de VW fabrieken afmeren. Nadat we de fietsen in “stelling” hebben gebracht fietsen we eerst naar het centrum. Wolfsburg heeft een modern centrum waar alles ingekocht kan worden wat je zoal nodig hebt. Als we aan het eind van de middag aan boord terugkomen zijn er nog enkele andere jachten achter ons komen liggen.
’s Avonds horen we muziek bij de VW Autostad en zien ook licht en vuur. Nieuwsgierig als we zijn besluiten we om het schip snel af te sluiten en te gaan kijken of wij er dichterbij kunnen komen. Lopend over de brug over het Mittellandkanaal, de fietsen zijn al opgeruimd, komen we bij de grote ontvangsthal van de “Autostad” en blijkt niemand ons tegen te houden als we op zoek gaan naar de muziek en het lichtspektakel. Achter de hal aangekomen zien en horen we een gigantisch lichtorgel waar de muziek wordt ondersteund door grote waterfonteinen licht en vuur. En omdat wij niet de enigen zijn die dit spektakel bewonderen horen we een regelmatig terugkerend applaus als waardering voor al dit moois. Omdat blijkt dat wij pas tegen het einde van de voorstelling zijn gearriveerd is het spektakel zo’n 15 minuten later al afgelopen. Samen met de andere aanwezigen lopen we over de brug en keren, nog onder de indruk van dit moois, terug aan boord.

De volgende morgen, we zijn vroeg vertrokken omdat we vandaag naar Burg aan het Elbe-Havelkanaal willen varen, staat er veel wind. Dit gedeelte van het Mittellandkanaal, langs Bergfriede en Haldensleben is ook dit jaar weer erg mooi. We hebben een hogere snelheid dan de afgelopen dagen en zijn al vrij vroeg bij de kanaalbrug over de Elbe, waarna we de in 2003 geopende sluis Hohenwarte met een verval van ca. 20 meter tegenkomen. Na ons met de marifoon gemeld te hebben mogen we alleen over de kanaalbrug varen (normaal alleen in konvooi met de beroepsvaart) en moeten daarna ca. 30 minuten wachten voor we de sluis in kunnen varen. Net als bij onze vorige reis is ook nu wederom 1 kolk gestremd zodat al het scheepvaartverkeer slechts door 1 sluis kan. In de jachthaven Burg wijst de vriendelijke havenmeester die we in 2004 al hebben ontmoet ons een plek aan. ’s Avonds eten we in het gezellige havenrestaurantje waar het dagmenu slechts € 4,80 kost terwijl de havenmeester vol trots over “zijn stad Burg” vertelt.

Woensdag, het wordt weer een warme dag, komen we aan het einde van de morgen op de “Plauer See’, het eerste meer van deze reis. Vanaf nu zal onze reis veelal over dit soort meren gaan, met ter verbinding daartussen kleine kanalen. De ruimte en het blauwe water geven je echt een gevoel van vrijheid maar ook rust. Er is wel beweging op het water maar het is er meestal nooit druk. In Brandenburg het doel van deze dag, meren we in het centrum af daarbij geholpen door een aardige Nederlander. De stad Brandenburg is de moeite van het bezoeken zeker waard. De fraaie aanlegplaatsen zijn op steenworp van het mooie centrum gelegen zodat we de fietsen aan boord laten en wandelend over de brug de winkelstraat inlopen. Naast groente kopen we ook vlees omdat we weer een warme avond voor ons hebben en dus lekker op ons achterdek willen "skottelbraaien".

De donderdag wordt misschien wel de warmste dag tot nu toe. Radio Berlijn meldt dat het ca. 34 graden celcius zal worden en wij varen over de prachtige Untere Havel Wasserstrasse richting Berlijn. Dit water is een aaneenschakeling van meren en kleine meertjes dat zich over een afstand van 150 kilometer uitstrekt tot Spandau.

Wij besluiten om halverwege via het Havelkanaal verder naar het noorden te gaan. Nieder-Neuendorf wordt het einddoel voor vandaag.

Aangekomen in Nieder-Neuendorf blijkt hier een hele mooie jachthaven te zijn met prachtige nieuwe steigers. Ook zien we er een leuk restaurant, maar dat komt later want eerst moeten we zo snel mogelijk het water in, want wat is het warm. Als we enige tijd lekker gezwommen hebben en dus behoorlijk afgekoeld zijn, komt de Wiking, het schip van (toekomstige) klanten van ons de haven ingevaren. Het zijn Ute en Wilfried Kreutzer waar we mee hebben afgesproken om verder over de aanschaf van een ABIM-Classic te praten. Na een koel glaasje bier op het achterdek van de “Elwij” spreken we af om vanavond samen op het terras van het havenrestaurant te gaan eten. Het wordt een fijne en interessante avond omdat Ute en Wilfried ons veel vertellen o.a. over de tijd voor “de Wende”, iets waarover wij alleen maar gelezen hebben. Ook vanavond blijft de temperatuur nog lang aangenaam zodat het pas in de “kleine uurtjes” is dat we de “Elwij” weer opzoeken.

Als we vrijdag 8-8-2008! vertrekken zijn Wilfried en Ute ons al voorgegaan. Zijn willen nog even langs huis in Birkenwerder maar vanavond in Zehdenick zien we elkaar weer. De tocht over o.a. de Lehnitzsee is prachtig en ook het Oder-Havelkanaal is met dit weer mooi om te varen. Na een kleine 12 kilometer gaan we bakboord uit om via het Malzer kanaal naar het merengebied ten Noorden van Berlijn te gaan. Dit kanaaltje is weer heel smal en de (zelfbediening) sluisjes zijn erg klein. We varen samen met enkele andere motorjachten op en passeren de 3 sluisjes die ons van Zehdenick scheiden. Vroeg in de middag arriveren we in de jachthaven van dit stadje en terwijl Dinie even naar het centrum van het stadje gaat maak ik de “Elwij” schoon. Daarna installeer ik me heerlijk met een boek op het achterdek en wacht totdat Dinie weer terug aan boord is. ’s Avonds nodigen we Ute en Wilfried uit om de ABIM-Classic nog eens goed te bekijken.

Het huis van de KerstmanVan Zehdenick naar Bredereiche over de Havel, is een prachtige tocht van slechts 4 uurtjes. Het is daarom wederom erg vroeg als we aan een graskantje net achter het sluisje afmeren. Als we op de kaart kijken blijkt het plaatsje “Himmelpfort” (Thuisplaats van de Kerstman) op nog geen 5 kilometer fiets afstand te liggen. Dus, gauw de fietsen klaargezet en na nog een drankje op het achterdek trekken we er op uit. Himmelpfort blijkt een heel mooi klein dorpje te zijn waar we inderdaad het huis van de Kerstman ontdekken. Hij blijkt er echter niet te zijn, dus moeten we ons troosten met het bezichtigen van het interieur van zijn huis. Zo zien we zijn bureau, waar hij de correspondentie van de Duitse kinderen beantwoordt, zijn bed en zelfs een kerstboom met daaronder al een aantal cadeaus. We besluiten om op het terras tegenover de “Weinachtstube” wat te gaan drinken en genieten van een aantal kleine kinderen die later vol enthousiasme uit hetzelfde huisje komen. Alvorens weer terug te keren naar de boot fietsen we nog even door dit leuke dorpje. Als we aan boord zijn teruggekeerd besluiten we om verder lekker niets meer te doen en nestelen ons beide met een goed boek in een hoekje van het achterdek. Als het die avond donker wordt zien we aan de onbewolkte hemel zo ontzettend veel sterren zoals we waarschijnlijk nog nooit eerder hebben gezien. Ook is het hier ontzettend stil, een stilte die nog intenser is dan de stilte die we 's winters in Ossenzijl kennen.

Over de prachtige Havel varen we richting de Stolpsee langs Fürstenberg naar Priepert. Wat is het hier mooi. ’s Middags veel regen zodat wij een kano met daarin een doorweekte man en zijn kletsnatte vrouw een sleepje geven. We meren af in de jachthaven Priepert waar we in 2001 enkele dagen met pech gelegen hebben. Tijdens het afmeren kijken andere “watersporters” vanaf het achterdek toe of het met de “Elwij” wel goed gaat maar zij “vergeten” even om een handje te helpen. Jammer, dat is voor hen dan een gemiste kans om een ABIM van dichtbij te zien. Als we ons bij de havenmeester hebben gemeld en door het dorpje zijn gelopen drinken we even wat aan boord. Het wordt druk in de haven want deze haven blijkt een tussenstop voor veel huurschepen te zijn, waardoor we regelmatig een handje mogen helpen bij het afmeren. Als de beide plaatsen naast ons bezet zijn kunnen we ons schip verlaten en gaan op zoek naar een restaurant. Het havenrestaurant ziet er van buiten gezellig uit zodat we besluiten om daar naar binnen stappen. Als we wat hebben gedronken en onze bestelling plaatsen blijkt onze keuze vanavond niet voorradig te zijn. Ook het door ons gekozen alternatief is niet (meer) verkrijgbaar, zodat we besluiten om ons geluk ergens anders te beproeven. In restaurant “Sonnenschein” zoals het 2e restaurant van de avond heet, genieten we van het lekkere eten en de gezelligheid.


Terug aan boord gekomen belt Wilfried dat zij aan de overkant van het meer voor anker zijn gegaan omdat er geen plaats meer vrij was in de haven. We pakken onze schijnwerper en schijnen even naar de overkant ten teken dat we ze hebben gezien.

Als we maandag vertrekken moeten we even langs de “Wiking” om afscheid van Ute en Wilfried te nemen. Tevens maakt Wilfried van de gelegenheid gebruik om vanuit zijn bijboot enkele foto’s van de “Elwij” te nemen. Na een hartelijk afscheid gaan de trossen los en varen wij terug richting Fürstenberg. Vlak voor één van de mooie sluisjes zien we een ijsvogeltje dat rustig blijft zitten als we het fotograferen. We arriveren al vroeg in Fürstenberg en meren af in een jachthaventje aan het prachtige meer. De zon schijnt volop en met een temperatuur van 25 graden celsius fietsen we door het stadje.Vrouwenkamp Ravensbrück We doen de nodige boodschappen en pinnen wat geld voordat we besluiten om terug te gaan. Na het middageten fietsen we naar het voormalige vrouwenkamp Ravensbrück, dat hier dichtbij ligt. Hier kunnen we kort over zijn, schrijnend om te zien dat er hier tijdens W.O. 2 zoveel vrouwen en meisjes zijn omgebracht. Het internationale monument, de gaskamers en de barakken, zij getuigen van een pikzwarte periode uit onze geschiedenis. ’s Avonds na het eten kijken we samen nog eens naar de foto’s die we gemaakt hebben en hebben we beiden bijna een schuldgevoel over het feit dat wij het zo goed hebben.


Terugvarende over de Havel besluiten we om af te meren in Burgwal. Het is een klein oud dorpje waar de hoofdstraat nog een zandpad is. Het is ons vaker opgevallen dat wanneer je van de doorgaande weg afwijkt of een afgelegen dorpje opzoekt je dit vaker tegenkomt. Ook de huizen zijn grauw gepleisterd en zien er armoedig uit. In het restaurant, waar we ons voor het liggeld moeten melden, wordt ons verteld dat we niets hoeven te betalen als we vanavond komen eten. Nou, eten moeten we sowieso en het restaurant ziet er netjes en verzorgd uit. Als we inderdaad ’s avonds aanschuiven blijkt dat zondermeer te kloppen. Het eten is erg lekker, er hangt een gezellige sfeer en als we afrekenen dan schamen we ons bijna voor de rekening. Koffie en bier blijken slechts € 1,00 te kosten een biefstuk € 7,60. We hebben voor € 23,00 gegeten en gedronken terwijl het liggeld anders al € 13,00 geweest zou zijn. Zaken waar je anders niet zo op let maken zo’n vakantie soms heel bijzonder. Burgwal zal in onze herinneringen altijd dat dorpje blijven met een zandpad als hoofdstraat en dat goede maar goedkope restaurant.

Voor anker op de Werbelinner SeeWoensdag besluiten we om naar de Werbelinner See te gaan. Het water zou daar erg diep maar ook erg helder zijn. Zo gezegd zo gedaan, wel wat sluisjes die veel tijd kosten doordat ze op even- of oneven uren worden bediend, maar het prachtige weer en de nieuwe omgeving maken veel goed. Het meer is inderdaad erg diep, we meten een diepte van 48 meter en als we later langs de kant voor anker zijn gegaan zien we ook dat het water hier kristalhelder is. We kunnen de ankerketting wel 3 meter volgen en ook als Dinie later haar hengel voor het eerst uitgooit zien we het aas nog lange tijd. Waarschijnlijk doordat de vissen ons ook op het achterdek zien zitten vangen we helemaal niets. We hebben slechts 1 keer beet maar “happen, ho maar”. Donderdag besluiten we om nog wat in de buurt te blijven en gaan terug door de sluisjes op op een klein meertje opnieuw het anker uit te gooien. Het is wederom bloedheet zodat we de hele middag in het water doorbrengen. ’s Avonds heerlijk op het achterdek “geskotteld” zoals we dat noemen en opnieuw genieten we van de rust en de fijne avond. De nog te lezen stapel met boeken slinkt zienderogen maar “thuis” lijkt nog heel ver weg.

De vrijdag is het regenachtig, somber en wat kouder dan we gewend zijn. Met 19 graden op de thermometer blijft de temperatuur ver onder datgene dat we tot nu toe gewend zijn. Als we het anker ophalen blijkt dat vol met wier te zitten. Als dan ook nog blijkt dat de boeg- en de hekschroef het bijna niet doen kleed de schipper zich snel om en gaat in zwembroek te water om poolshoogte te nemen. Nou, als je waterplanten zoekt ga dan maar naar deze plek, want alles zit vol. Alleen al uit de tunnel van de boegschroef komen armenvol met waterplanten. Na het opnieuw douchen en aankleden starten we opnieuw de motor maar dan blijkt de uitlaat geen water te geven. Het wierfilter is schoon, zodat we constateren dat ook het “schepje” dat het water aan moet zuigen verstopt met planten zit. Opnieuw de, uiteraard kletsnatte, zwembroek aangetrokken en opnieuw het water in. Met de voeten naar het “schepje” zoekende voel ik al snel dat het daar ook niet helemaal pluis is omdat ik voel dat de waterplanten de opening afsluiten. Logisch dat er dan geen water door het systeem spoelt dus dat moet verwijderd worden. Gelukkig is dat klusje snel geklaard en wordt er voor de derde keer deze morgen gedoucht. Na het douchen vervang ik voor de zekerheid de impeller (je weet maar nooit) en blijkt het leed geleden. We varen via het Havel-Oderkanaal naar sluis Lehnitz richting Berlijn. Voor anker op Armada in de sluisAangekomen bij sluis Lehnitz blijkt het erg druk te zijn, zo druk zelfs dat de pleziervaart 3 uur moet wachten voordat we er in mogen varen. Dat kan pas om 17.45 uur nadat de sluismeester aan de vrachtschepen heeft uitgelegd dat nu eerst alleen de pleziervaart wordt geschut. Wat we nu meemaken hebben we nog nooit eerder meegemaakt. Als de lichten op groen springen gooien alle jachten tegelijkertijd de trossen los en varen als gekken naar de sluis. Het maakt blijkbaar niet uit wat de volgorde van aankomst is geweest, het is nu zorg om mee te kunnen. Als de “Elwij” nog net als allerlaatste in kan varen ligt de hele sluis prop- en propvol! Voor en naast ons is de gehele sluis van 134 meter x 12 meter gevuld met jachten. En achter ons ligt, volgens de sluismeester, een grote betonnen drempel, die zichtbaar wordt als het water zakt. Dus opletten dat jullie daar niet op blijven hangen is zijn advies. Mede door zijn rustige begeleiding verloopt het schutten zeer voorspoedig. Als we hem bij het uitvaren via de marifoon daarvoor bedankten wenst hij ons, enigszins verrast door deze blijk van waardering, nog een fijne vakantie toe.


Uit de sluis gekomen zien we aan stuurboord aan de Lehnitz See jachthaven Oraniënburg, waar we gezien het tijdstip, het is al 18.30 uur, graag af willen meren. Omdat het erg vol is mogen we bij een Nederlands jacht langszij waarvan we, zoals nu pas tot ons doordringt, de eigenaren erg goed kennen. Het is de Bommerijn, van Kees en Els, die dit schip enkele jaren geleden bij ons hebben gekocht!. Ook daar aan boord is de verassing groot als ze ons zien en al gauw bevinden we ons in het havenrestaurant waar we elkaar veel te vertellen hebben. Els bedankt ons nogmaals voor de douaneverklaring die zij, net voor aanvang van deze reis, via onze inspanning alsnog heeft gekregen en verteld over hun ervaringen. Hierin wordt ze bijgestaan door Kees die haar verhalen aanvult met leuke anekdotes. Het is de eerste keer dat zij zo’n grote reis maken en alhoewel ze al 2 maanden van huis zijn peinzen zij er nog niet over om terug te keren. Heerlijk, ze zijn beide net 65 jaar geworden en geven onmiddellijk al zo’n invulling aan hun vrije tijd. Terwijl we elkaar onze ervaringen uitwisselen, tips voor onderweg etc., genieten we van het eten en het samenzijn. Als we later aan boord nog een kop koffie drinken vertelt Kees dat zij morgen verder willen richting de Poolse grens. Het is al laat als we afscheid van onze onverwachte buren nemen.

Na een hartelijk afscheid varen wij verder richting Berlijn. Ons plan is om in Spandau een ligplaats voor de komende dagen te vinden, vanwaar uit we met Ella en Wijnand, de eigenaren van de “Elwij” enkele dagen rond gaan varen. Toen wij de “Elwij” meekregen voor deze mooie reis hebben we afgesproken dat zij enkele dagen zouden komen om samen door de stad Berlijn en de omgeving te varen.

De Spandauer Yacht- und Segelclub wordt onze jachthaven tot dinsdagmorgen. De vereniging die volgend jaar 125 jaar bestaat is trots op haar leden waarvan er op dit moment één meedoet aan de Olympische Spelen. Het zeilen wordt door de jonge leden al vanaf zeer jonge leeftijd beoefent verteld de voorzitter vol trots en dat heeft geresulteerd in vele kampioenen en deelnemers aan meerder Olympische Spelen. Geheel volgens de traditie hijst hij een Nederlandse vlag in de verenigingsmast waarmee hij bevestigd dat wij als gasten hartelijk welkom zijn.

De supermarkt is dichtbij, evenals een grote watersportwinkel die we in 2004 bij toeval ontdekten. Na het inslaan van diverse met name verse etenswaren zijn we klaar voor de ontvangst van de kapitein van de “Elwij”. Reden om zondagmorgen lekker vroeg op te staan en de boot nog eens goed schoon te maken en te poetsen. Als Ella en Wijnand dan ook aan boord stappen is alles prima in orde en nemen we de tijd om onze ervaringen uit te wisselen. Het beloofd wederom een mooie dag te worden zodat we om ca 10.30 de trossen losgooien en afvaren. Vandaag willen we via de Wannsee naar Potsdam en morgen gaan we door Berlijn. De tocht is mooi en onze gasten komen ogen en oren tekort om alle goed te zien. Ook zij hebben al veel foto’s van onze reizen gezien, maar concluderen nu dat het in werkelijkheid nog veel mooier is dan op de mooiste foto. De kleine Wannsee met haar historische gebouwen, Potsdam met de Glienicke brücke, het is allemaal geschiedenis waar we nu langs varen. Veel te vroeg wenden wij de steven om terug te keren naar “onze“ haven.

Rechts het Bode museum en links de TV toren op de AlexanderplatzMaandagmorgen is de lucht wat grauw en dreigt het naar regen. Dat zou jammer zijn want op de Spree en zeker op het Landwehrkanaal moeten we, vanwege de lage bruggen, de tent opruimen dus hopen we dat het droog blijft. Gelukkig valt dat mee en onder het genot van een mager zonnetje varen we al snel dwars door Berlijn. In vergelijking tot onze vorige reizen zijn alle werkzaamheden op en in het water nu afgerond en treffen we geen “Baustellen” meer. Wel veel rondvaartboten die met grote snelheid door de stad varen. De ervaring leert dat je met zo’n boot mee moet varen om gemakkelijk en veilig door de bruggen te komen. Zij communiceren met elkaar via de marifoon en melden ook dat ze samen met een motorjacht door die of die brug varen. Tegenliggers wachten dan tot je ook door de brug bent en geven je de noodzakelijke ruimte. Hoogtepunt van de tocht over de Spree is natuurlijk weer de Reichstag met daaromheen de andere regeringsgebouwen.

Je vaart er zo vlak langs dat je de toeristen door de grote glazen koepel heen en weer ziet lopen. En de hele tijd zie je de immense TV toren op de Alexanderplatz die door haar grote hoogte maar niet dichterbij lijkt te komen. Voorbij de sluis Mühlendamm gaan we stuurboord uit het Landwehrkanaal in. Dit kleine smalle kanaaltje voert o.a. door de wijk Kreuzberg bekend vanwege de vele immigranten die hier wonen (meer dan 30 % van de ca. 150.000 inwoners zijn bijvoorbeeld van Turkse afkomst). De bruggen zijn inderdaad zo laag dat we de tent afbreken en opruimen. Als we aan het einde van de middag weer terug in de haven in Spandau zijn, hebben we zo’n 50 kilometer gevaren en zijn door 5 sluizen gegaan. Tijdens het avondeten raken we niet uitgepraat over deze geweldige stad. Na deze twee fijne dagen nemen we met enige weemoed afscheid van Ella en Wijnand, wetende dat daarmee voor ons ook de terugreis begonnen is.

Naar huis
Met een stralende zon die ons in een opperbeste stemming begeleidt varen wij over de meren terug richting Brandenburg. Bij het afmeren voor de sluis “Brandenburg” heeft Dinie nog even een korte discussie met een Zwitserse meneer die van zijn boot stapt om ons te helpen met het afmeren (denkt ze) Echter de man komt alleen maar naar ons toe om ons te vertellen dat de ruimte om af te meren te klein is voor ons schip. Als Dinie alleen maar zegt dat er ruimte genoeg is draait hij zich om en stapt weer op zijn eigen schip??? Nou ja, wat moet je daar nou van zeggen want wij denken dat alleen de Nederlanders altijd met het wijsvingertje omhoog een ander iets willen leren. Na enkele minuten gewacht te hebben, de Elwij past er uiteraard keurig tussen, varen wij de sluis in. En zoals zo vaak begrijpen we de Zwitser nu iets beter. Als je zijn vaargedrag tijdens het in- en uitvaren van de sluis ziet dan begrijp je zijn “bezorgdheid” over ons!
Wat een paniek en zijn hele gezin overstuur door het gecommandeer van pa. In Brandenburg lekker de stad door gezworven, ansichtkaarten gekocht en wat aanvullingen op onze voorraad ingeslagen. Op het achterdek tot laat genoten van het weer, het uitzicht en een goed boek.

Als we de volgende morgen sluis Wüsterwitz ingevaren zijn hebben we bijna een (andere) Zwitser op ons zwemplateau hangen. Het schip komt helemaal van de stuurboord kant over naar bakboord waar wij liggen afgemeerd. Hoe snel kan een mens over de reling op zijn zwemplateau komen ? Nou, dat record is dus ook gebroken. Als ik de railing van het schip goed vast heb ligt het schip schuin achter ons stil en kan ik de schipper vragen waar hij heen wil. De man knikt nerveus dat hij toch aan stuurboord wil liggen, dus geef ik het schip een fikse zet met als doel “zover mogelijk bij de Elwij vandaan”. Later bij het uitvaren gaat er weer van alles mis en rollen alle fenders over de sluismuur terwijl zijn vrouw de schuld krijgt. Wat een stress en wat een paniek, hoezo “varen is leuk?”. In Burg wederom in het havenrestaurantje gegeten waar de havenmeester, bijzonder aardige man, opnieuw veel over de omgeving verteld.

Muziekspektakel in de AutostadtVia sluis Hohenwarte richting Wolfsburg alwaar we eindelijk onze eerste “bratwurst” scoren. Mooie stad met een modern centrum en dat allemaal onder de “rook”van VW. ’s Avonds wederom naar de “Autostad” gefietst voor het licht en muziekspektakel.

Omdat sluis Sülfeld voor ons openstaat besluiten we om dat voordeel om te zetten in kilometers zodat we in één keer doorvaren naar Hannover. Aldaar de fietsen gepakt en op zoek gegaan naar een restaurant. Vanavond wordt het “Grieks” en na een heerlijke schotel en dito nagerecht fietsen we in de regen terug. Als we net aan boord zijn barst er een wolkbreuk uit zodat het TV kijken (met schotel) moeizaam wordt. Omdat we graag de samenvatting van de “Olympische spelen” zien besluiten we om een paraplu van Ella en Wijnand te pakken en deze boven de schotel neer te zetten zodat we alsnog beeld hebben. Dat lukt prima en in de kleine uurtjes zoeken we onze achterkajuit op.

De volgende morgen ontdekken we tot onze grote schrik dat we de paraplu helemaal vergeten zijn binnen te halen en blijk deze na onze zoektocht onvindbaar. Ja, wat wil je als er iets wind vangt is het wel een paraplu! Dus, Ella en Wijnand krijgen een nieuwe plu!

Op weg naar Minden zien we dat één gedeelte van het Weser aquaduct is afgesloten en dat er heftig aan wordt gebouwd. In de haven van Minden aangekomen horen we iemand roepen: “Hé, wieder die Holländer” en blijken het mensen te zijn die we voor de sluis “Wüsterwitz” langszij hebben gehad. We besluiten om samen met hen naar de barbecue te gaan die (toevallig) net op deze avond wordt georganiseerd. Als we de boot hebben opgeruimd en boodschappen hebben gehaald gaan we op zoek naar Beate en Michaël Oppermaan, ook Abimmers die hier met de “Bemi” een vaste ligplaats hebben. Ze zijn niet aan boord, maar de buurman verteld dat ze er vanavond zeker bij zullen zijn. Als onze Duitse vrienden ons ophalen voor de barbecue en wij vanwege de regen plaats hebben genomen in haven restaurant komt het gesprek al gauw op de Zwitserse boot die dwars in de sluis lag. We concluderen dat we het wel heel zielig voor de Zwitserse mevrouw vinden als je met zoveel stress moet varen. Ondertussen worden we geroepen om buiten op het terras vlees, brood en salade op te komen halen. Het wordt al gauw erg gezellig en de vaste ligplaatshouders nemen ons als gasten erg leuk op in de groep. Als Beate en Michaël binnenkomen kijken ze dan ook erg verbaasd als zij ons zien. Na een hartelijke begroeting en enkele glazen bier wordt het zo langzamerhand tijd om weer richting de “Elwij” te gaan.

Zondag is het weer wederom vriendelijk en onder toeziend oog van de opvarenden van de “Bemi” varen wij de haven uit. Als Michaël dan aan zijn buurman vraagt of zijn ABIM ook zo stil is antwoord deze gevat: “Jouw schip wel, jij niet”! Onder het bulderende gelach van deze 2 “kwajongens” varen wij het Mittellandkanaal weer op.

De laatste 100 kilometer zijn erg mooi, alhoewel het struikgewas en de bomen hier toch ook al zorgen voor minder uitzicht dan voorheen. Wat opvalt is dat er vandaag veel beroepsvaart is, we komen er vele tegen en halen er ook veel in. Even een korte melding over de marifoon en de schippers van de in te halen schepen verlenen hun medewerking. Als we ons, na het afmeren in de jachthaven Recke melden, verteld de vrouwelijke havenmeester ons dat er vanavond een grilavond is waar we voor een kleine bijdrage voor worden uitgenodigd. Wat is het leven toch aangenaam, zeker als we ’s avonds lekker buiten op het terras van goed eten en een prima atmosfeer genieten. Naast ons aan tafel zit een echtpaar die net terugkomen van een vaartocht naar Noorwegen. Onder het uitwisselen van de ervaringen vliegt de avond voorbij.

Motorjacht ABIMOp de kruising het “Nasse Dreieck” buigen we linksaf het “Dortmund-Emskanaal” op. Na het passeren van sluis “Münster” meren we al vroeg af in de gelijknamige stad. Hier zijn we nog nooit eerder geweest, maar wat is dit een mooie stad. We hebben waarschijnlijk alle winkels wel gezien als we aan het einde van de middag, vol geladen met cadeaus voor het thuisfront, weer aan boord terugkomen. Hier op de kade wordt het ook al lekker druk en zijn veel terrassen al bezet of worden klaar gezet om de gasten te ontvangen en dat op maandag. We eten lekker op ons achterdek en genieten van de gezellige drukt op de kade naast ons. Als Dinie later op de avond alle lampjes aan boord heeft aangedaan kan ze het niet laten om even vanaf de wal enkele foto’s van de fraai verlichte “Elwij” te maken.

Via het Wesel-Dattelnkanaal met haar 6 sluizen komen we op de Rijn waar de stroom ons snel terug naar Nederland voert. Via Bossendorf en Emmerich, mooie haven maar wat een chagrijnige serveerster in het havenrestaurant, varen we donderdagmiddag op de Gelderse IJssel. Als Dinie dan Annerie ten Heggeler van de “Varzim” de ABIM 12030 aan de telefoon heeft, blijken die in Vollenhove te zijn afgemeerd. Na het bestuderen van de vaarkaarten en de benodigde tijd om naar Vollenhove te varen, besluiten wij om na het passeren van de “Spooldersluis” definitief door te geven of we op tijd in “Vollenhove” kunnen zijn. Alles zit weer eens mee en om 18.30 uur meren wij naast de “Varzim” af waar we hartelijk worden begroet. René en Annerie zijn goed op de hoogte van de gebeurtenissen aan het “thuisfront” want zij blijken op uitnodiging van onze dochter Joyce enkele dagen bij de werf gelegen te hebben en praten ons aan die kant al wat bij. En wij, wij hebben natuurlijk veel te vertellen over onze prachtige reis naar de meren ten noorden van Berlijn. Het is al diep in de “kleine uurtjes” als we het achterdek van de “Varzim” verruilen voor onze achterkajuit.

Vrijdagmorgen, na een hartelijk afscheid van de bemanning van de “Varzim” varen we het laatste bekende gedeelte naar huis. We hebben in 37 dagen ongeveer 2.070 kilometer afgelegd en met de ABIM Elwij een fantastische reis gemaakt.

pdf
Download dit verslag als PDF bestand.

 

pdf
Download hier het vaarschema als PDF bestand

Gebruikte kaarten en boeken
ISBN 3-89225.466-4 Der Rhein
ISBN 3-89225.446-X Vom Rhein bis Nord- und Ostsee
ISBN 3-926376-10-4 Sportschiffahrtskarten Binnen 1 Berlin & Märkische Gewässer

Deze boeken en kaarten zijn o.a. te bestellen bij:
L.J. Harri B.V. Prins Hendrikkade 94-95 1012 AE Amsterdam
tel: 020-6248052 fax: 020-6258086 E-Mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

ABIM, Elke haven een thuishaven!

Copyright © 1999 - 2013 | ABIM Yachting B.V.® |  Alle rechten voorbehouden. Prijs en modelwijzigingen voorbehouden
Opdijk 10 - 12 | 8376 HH Ossenzijl |Telefoon 0561 - 477.440  | E-mail

Naar Boven