Maas Moezel Rijn 2009

Als werfeigenaren van de ABIM werf in Ossenzijl willen wij dit jaar we met ons laatst gebouwde schip, een ABIM-Classic 118 XL, het rondje “Maas-Moezel-Rijn” doen. Dit stalen multiknikspant motorjacht met kabelaring en een doorvaarthoogte van slechts 2,45 meter heeft een lengte van 12,00 meter. Wij, Dinie en Peter Oord, hebben onze ABIM de prachtige naam “Virus” gegeven omdat je toch wel kunt zeggen dat wij behoorlijk besmet geraakt zijn door het watersport virus. Op woensdag 15 juli kunnen we, onder een stralende zon, vertrekken. Delen van deze reis zullen we met verschillende ABIM’s samen varen.


Naar Maastricht
We hebben afgesproken om donderdagmiddag in de jachthaven “Molenwaard” in Hasselt te zijn, van waaruit 2 ABIM’s ons de eerste dagen zullen begeleiden.

Dus maken we dit jaar een uiterst rustige start die ons de eerste dag naar Blokzijl brengt. ’s Middags krijgen we een telefoontje van de bemanning van de “Elwij”, de ABIM die wij vorig jaar mee mochten nemen naar Berlijn, met de vraag waar wij zijn omdat zij ook in de buurt rondvaren. Na een hartelijk weerzien met de ABIM Elwij en Ella en Wijnand en een heerlijk etentje op een zonnig terras genieten we op ons achterdek nog lang van deze eerste vakantieavond.

Donderdagmorgen vertrekken we in alle rust naar Hasselt. Als we daar afmeren komen Annerie en René van de “Varzim”aangereden en terwijl wij elkaar begroeten zien we de auto van Tiny en Arnold van de “MarMä” het haventerrein oprijden. Na een warme middag en dito avond vertrekken we vrijdagmorgen in de richting van Zwolle. De tent is opgezet want de regen komt met “bakken uit de lucht”. Via de Spooldersluis varen de 3 ABIM’s tegen de stroom de “Gelderse IJssel” op. De regen is wel wat minder, maar de harde wind blijft als we ’s middag tegen 14.30 uur de Jachthaven van de stad Deventer binnenvaren Daar ontmoeten we nog een ABIM, de “Vagebond" met Thea en Ad aan boord die in de afvaart richting Hattem zijn.

Skottelbraaien op de VirusNa een gezellige avond vertrekken wij de volgende morgen om stroomopwaarts richting “De Steeg” te gaan. De IJssel wordt steeds mooier en ook het weer is ons vandaag gunstig gezind. Wel wind, maar weinig regen. Dat verandert als we net in de jachthaven vastgemaakt hebben. En terwijl het regent komt er weer een ABIM binnenvaren, de ”Vanloor” met Wireen en Henk aan boord. Zij zijn op de terugreis uit Maastricht, waar zij een concert van Andre Rieu op het “Vrijthof” hebben bijgewoond. Aan boord van de “Varzim” en onder het genot van een drankje krijgen wij daar een uitgebreid verslag van. Als we ’s avonds aan boord van de “Virus” met z’n allen gaan “skottelbraaien”, ja onze befaamde pan is ook deze reis weer aan boord, wordt het droog en schijnt de zon alsof zij de hele dag al geschenen heeft.


Zondagmorgen scheiden onze wegen zich, 2 ABIM’s gaan stroomafwaarts terwijl de “Varzim” en de “Virus” nog even tegen de steeds sterker wordende tegenstroom op moeten boksen. Terwijl wij aan stuurboord genieten van de heuvelachtige “Posbank” leggen wij dit laatste gedeelte van de IJssel af. Het “Pannerdensch Kanaal” wordt daarna snel overwonnen en als we bij de “Pannerdensche kop” de “Waal” opdraaien krijgen we de stroom mee. Deze prachtige brede rivier brengt ons al snel langs Nijmegen naar het “Maas-Waalkanaal”. Via sluis Weurt komen we op dit rustige kanaal en zijn binnen een uur op de “Maas”.

Via de jachthaven “Brasker” op de Kraaijenbergese plassen bij Cuijck en de jachthaven van de watersportvereniging “Poseidon” te Kessel (Mooie haven met zeer vriendelijke mensen) bereiken we dinsdagmiddag Maastricht waar we willen overnachten in de jachthaven “Het Bassin” in het centrum van deze mooie stad. Zo gezegd, zo gedaan en via een leuk sluisje varen we deze jachthaven binnen. Hier liggen Ingrid en Renger met hun (Knalrode!) ABIM “Jack~in~the~Boxx” al op ons te wachten. Na een drankje op het achterdek besluiten we om met z’n zessen te gaan eten op het “Vrijthof”. Daarna beleven we opnieuw een heerlijke avond op het achterdek. Ook woensdag, ondertussen zijn we al een week onderweg, blijven we hier na eerst Ingrid en Renger uitgezwaaid te hebben. We slenteren door de stad, drinken wat op het “Lieve Vrouweplein” en halen een echte puntzak patat bij een kleine friterie. Deze avond brengen we opnieuw de “skottelbraai” in stelling en wordt het zo langzamerhand tijd om afscheid van de “Varzimmers” te nemen.

België
Donderdagmorgen is het afscheid van de “Varzim” kort maar “hevig” en enigszins stil varen we richting de Belgische grens. Sluis “Ternaaien” opent snel haar deuren en achter een leeg vrachtschip worden we zo’n 15 meter opgeschut. Het vignet dat we boven in het kantoor van de sluismeester op moeten halen is vanaf dit jaar kosteloos daar waar we in het verleden ca. 1,00 Euro betaalden. Terwijl we de sluis uitvaren begint het weer enorm te regenen en besluit ik om nog even te wachten alvorens ik het Belgische vlaggetje in het stuurboordwant ophang.
Als we Luik passeren en het nog steeds regent, besluiten we om door te varen naar Huy. In de sluis “Yvoz-Ramet”, net voorbij Luik controleren 2 politieagenten onze marifoonpapieren. Na enig “heen en weer gesteggel” mogen we doorvaren. Deze agenten dachten dat de vergunning een credit kaart achtig pasje moest zijn en het certificaat een papieren document. Helaas voor hen is het bij mij net andersom of er moet in Nederland iets veranderd zijn waarvan wij niet op de hoogte zijn gesteld. De volgende sluis opent ook snel haar deuren zodat we toch al om 17.30 in het jachthaventje bij Wanze (Huy) afmeren. Na het afrekenen van het liggeld besluiten we om onze eerste Belgische biertje te bestellen, en omdat we op 1 been niet kunnen staan….

Namen, met haar Citadel Omdat we vandaag op tijd in Namen moeten zijn waar een bode komt om enkele documenten te laten ondertekenen besluiten we al om 7.30 uur te vertrekken. Dinie kan nog even in bed blijven liggen maar dat wordt dus wederom niets. Als ik de haven uitvaar en een leeg vrachtscheepje achter ons zie varen dat ook richting Namen gaat, hoor ik ineens haar stem: “Kunnen we die bijhouden tot de sluis”? Heerlijk als je beiden hetzelfde denkt. Dus, ietsje meer gas geven en kijken of we deze “Spits” (soortnaam voor dit type vrachtschip) voor kunnen blijven. Het voordeel daarvan is dat zij veelal een goed contact met de sluizen hebben zodat die meestal openstaan als het schip aan komt varen. Gelukkig lukt beide, we kunnen deze “Spits” bijhouden en beide sluizen die wij vandaag op onze route hebben staan voor ons open. Deze meevaller betekent dat we dus al om 10.40 uur in Namen afmeren. De bode is ook keurig op tijd zodat we na het ondertekenen van de papieren en het eten van een broodje de hele middag de tijd hebben om Namen te verkennen. Zo gezegd zo gedaan en op de fiets trekken we naar het mooie centrum. Namen is een prachtige stad, gelegen aan de monding van de Sambre, die precies onder de grote citadel (burcht) in de Maas stroomt. Wat hebben de vroegere bewoners van deze citadel een fantastisch uitzicht over de stad en de rivieren gehad. Ook het centrum van Namen is zeer de moeite waard. Leuke terrasjes en mooie winkels.

Zaterdag 25 juli vertrekken we wederom vroeg om aan één van de mooiste stukken van de Belgische Maas te beginnen. De sluizen worden kleiner, de bergen massiever en ons einddoel voor vandaag Dinant ligt prachtig gelegen als het ware geklemd tussen de Maas en de rotsen. Zo dicht bij Nederland en al echt zo anders. We vinden een prachtig steiger, recht tegenover de “Collegiale kerk” van Dinant waarboven de Citadel, gelegen op steile rotsen, haar dominante positie nog eens extra benadrukt. Na afgemeerd te zijn slenteren we eerst eens lekker door het stadje alvorens een supermarkt op te zoeken voor de nodige levensmiddelen. De avond brengen we weer door op ons achterdek waar we een prachtig uitzicht hebben op de, later in de avond, verlichte citadel.

Frankrijk
Voor ons doen vertrekken we laat, om 9.30 uur, maar we hebben per slot van rekening wel vakantie. De zon schijnt volop en aan het laatste steiger van Dinant zien we de “Condor” met Annie en Wiet liggen. Wij kennen hen nog van onze reis in 2005 maar zij moeten even goed kijken wie er aan boord van dit voor hen onbekende schip zo enthousiast zwaaien. Als we even draaien en langszij komen wordt dit al snel duidelijk. De “Condor” gaat ook stroomopwaarts en zal via Nancy naar Straatsburg gaan, de reis die wij in 2007 hebben gemaakt. Dus concluderen we al snel dat we geen afscheid van elkaar zullen nemen omdat onze wegen elkaar op deze reis nog vaak zullen kruisen. Na het vertrek naderen we al snel de Franse grens waar we in de eerste sluis het VNF vignet kopen. Met dit vignet mogen we 16 dagen in Frankrijk doorbrengen en is de bediening van alle sluizen gratis. Ook betaal je in de meeste dorpjes geen liggeld waarbij vaak het water en/of de walstroom ook gratis is. Als we in Vireux-Wallerand zijn afgemeerd besluiten we om snel een frisse duik te nemen. De rest van de middag wisselen we af met lezen en zwemmen dus letterlijk “leven als god in Frankrijk”.

Als we na de volgende overnachting in Revin vertrekken om naar Charleville-Mèzieres te varen stuiten we op een “Spits” die vastligt in de sluis. Het water in dit deel van de Maas staat te laag waardoor de “Spits” muurvast op de drempel van de sluis ligt. Gelukkig mogen we bij de “Condor” langszij en vermaken we ons de hele dag met zwemmen en de “Virus” lekker schoonmaken. Ondertussen zijn er een aantal jachten bij ons komen liggen zodat de groep wachtenden is uitgebreid naar zo’n 10 stuks. Omdat er geen teken van leven uit de sluis komt en ook het personeel van de VNF (de organisatie die de bediening van sluizen en waterstanden regelt etc.) niets meldt, besluiten we ’s avonds om zelf poolshoogte te gaan nemen. Als we naar de sluis fietsen zien we aan de andere kant van de sluis nog een “Spits” en een tiental jachten liggen die ook allemaal liggen te wachten. Nadat we aan boord zijn teruggekeerd en ook nog even met Annie en Wiet hebben overlegd, besluiten wij om de volgende dag om ca. 16.00 uur te beslissen wat te doen. Mocht er dan nog steeds niets veranderd zijn dan is het misschien wijs om terug naar België te varen en daar onze vakantie door te brengen.

Spits, muurvast op de drempel van de sluisAls we woensdagmorgen aan dek komen lijkt de waterstand iets hoger dan gisteren. Dat wordt bevestigd als we om ca. 11.00 uur ineens de “vastliggende” “Spits” onze richting uit zien komen. We applaudisseren allemaal vanwege deze positieve wending en maken snel los van de “Condor” die met de eerste schutting meekan. De “Virus” moet nog 1 schutting wachten maar dat lijkt ineens heel snel te gaan. Iedereen werkt mee en deze elektrische sluis wordt nu door mensen bediend die ook nog behulpzaam zijn bij het afmeren in de sluis. Als we de sluis uitvaren proberen we om de “Condor” zo snel mogelijk in te halen en inderdaad net voorbij Mont-Hermé varen we al samen en passeren gezamenlijk de 8 sluizen die ons van Sedan scheidden. We moeten een andere keer maar naar Charlleville-Mèzieres, vandaag willen we varen.

Verdun, monumentale stad aan de MaasVia Sedan, Stenay arriveren we vrijdag 31 juli in Verdun waar we ook zaterdag blijven. ’s Avonds gaan we lekker uit eten en als we terug aan boord komen is er muziek op het terras vlak voor het centrale steiger. De volgende dag is het nog warmer en genieten we van de stad en wat zij te bieden heeft. ’s Avonds is er wederom muziek op het terras maar staat de band nog dichter bij de boot. Zo kunnen we de hele avond genieten van een goede band met een fantastische gitarist die veel “Dire Straits” muziek spelen. Jammer dat het om 23.00 uur al is afgelopen, wat ons betreft had het nog wel even door mogen gaan.
Omdat de bakkers hier op zondag geopend zijn begint deze dag dan ook weer met lekker vers Frans stokbrood, met roomboter! Saint Mihiel, einddoel van deze dag, heeft weinig te bieden zodat we na de wandeling door de stad ons heerlijk op ons achterdek nestelen met een mooi boek.

Maandag vertrekken we, na overleg met de “Condor” bijtijds en aangezien het weer niet zo bijzonder is besluiten we om in één keer door te varen naar Toul. In Pagny sur Meuse nemen we afscheid van de “Condor” en vervolgen onze weg via de tunnel van Foug (960 mtr.) en het Marne-Rijnkanaal naar Toul. Hier hebben we afspraak met Rita en Heinz Gloor uit Zürich, die nog wat details over hun in aanbouw zijnde ABIM-Classic door willen nemen. Per slot van rekening is Toul iets minder ver voor hen dan Ossenzijl!

Als we in Toul arriveren zijn we 10 uren onderweg, hebben slechts 50,3 km. afgelegd maar wel 23 sluizen en 1 tunnel achter ons gelaten en zien een haven waar nog precies 1 plekje vrij is. We zijn hier nu voor de 7e keer maar hebben nog nooit zoveel schepen in de haven gezien. Dat is een prachtig gezicht en heel erg gezellig. Bij het afmeren worden we goed geholpen en onmiddellijk daarna door een Duitse buurman uitgenodigd voor een “Vriendschapsborrel”. Omdat Dinie met het eten bezig gaat en vindt dat ik de honneurs maar waar moet nemen, bevind ik mij even later tussen enkele Duitse heren met in mijn hand een glas rosé. Dit, waarschijnlijk eerste glas rosé van mijn leven, smaakt extra goed door de gezellige en hartelijke ontvangst. Als ik later aan boord verslag van dit bezoek uitbreng valt Dinie bijna van haar stoel. Nou moet het toch niet gekker worden, jij aan de rosé? Nou, leuk dan kunnen we dat in de toekomst ook wel eens samen drinken!

Verdun, monumentale stad aan de MaasRita en Heinz arriveren keurig op tijd en samen genieten we op het achterdek van de koffie en het gebakje dat Dinie bij de bakker tegenover de haven heeft gekocht. Na het bespreken van een aantal details, waaronder de kleur van het schip, gaan zij de omgeving nog wat verder verkennen. Wij besluiten om nog een stukje te gaan varen zodat we om 12.45 uur de trossen losgooien om richting Moezel te gaan. Nog 3 kleine sluisjes en dan hebben we sinds lange tijd weer ruim water. Op de Moezel aangekomen geven we weer eens lekker gas en kan de Volvo weer eens lekker op toeren komen. We passeren voor ons gevoel immense sluizen die alleen voor ons worden bediend. Moet je je voorstellen, 8 sluizen met een lengte van 172 x 12 meter worden bediend voor een enkel motorjacht met een lengte van slechts 12 meter! Mede daardoor zijn wij de volgende middag al om 12.30 uur in Metz. Ook dit jaar valt het ons weer op dat Metz ook een hele schone stad is, nergens zul je rommel of straatvuil aantreffen. Metz is echt een aanrader en daar mag je op deze reis niet aan voorbij varen.

Na lekker vers brood te hebben gehaald vertrekken we onder een stralende zon richting Thionville. Daar hebben we nog een rare ervaring met de sluismeester. Nadat we ons gemeld hebben en als antwoord krijgen dat er 2 jachten de sluis uitkomen blijven we even “drijven” om daarop te wachten. Als de 2 (zeil) jachten zijn uitgevaren blijft het licht op “rood”staan. Omdat er achter ons geen vrachtschip te zien is roepen we de sluismeester nog eens op om te vragen of we in mogen varen. Uit zijn antwoord in het “koeterwaals Duits” begrijpen wij dat dat mag. Als de “Virus” echter invaart komt de man uit zijn hoge toren, schreeuwt tegen ons dat we helemaal fout zijn en rent naar de sluisdeuren, waar het andere jacht wijselijk is blijven wachten. Na die sprint van ca. 170 meter mag deze echter ook door het “rode licht” varen en komt de man terug gerend om ons nog eens uit te leggen dat “rood licht” betekent dat je niet in mag varen. Op het advies van Dinie stamel ik uiteindelijk maar “Excuse Moi” of iets wat daar op lijkt waarna de man al grommend zijn toren weer bestijgt. Op dat moment verwacht je grote problemen in de vorm van niet of heel langzaam schutten, of traineren met het openen van de deuren, maar niets van dat alles. Dinie wacht heel duidelijk met het uitvaren totdat het sluislicht op “groen” staat, maar de man neemt geen wraak op ons, heel vreemd.

Na dit avontuur en het zien van het lege aanlegsteiger in Thionville besluiten om door te varen naar Luxemburg.

Luxemburg
De warmte slaat toe als we voor de laatste Franse sluis, sluis Apach, op uitvaart liggen te wachten. Na het passeren van deze sluis varen we langs Schengen, de grensplaats waar ooit het “Schengen akkoord” is gesloten of de naam die het akkoord heeft gekregen. Opvallend is de metamorfose van de oevers van de Moezel, vanaf het moment dat je Frankrijk verlaat. Daar waar in Frankrijk de bergoevers begroeid zijn met bomen en struikgewas zien we hier dat op alle berghellingen druivenranken zijn geplant. Duizenden struiken, als soldaten netjes in het gelid, af en toe afgewisseld door prachtige huizen in mooie lichte kleuren. Welkom in Luxemburg!


De jachthaven “Dreiländer Eck” heeft een toepasselijke naam voor deze op de grens van 3 landen gelegen jachthaven. De Moezel functioneert als grensrivier tussen Duitsland en Luxemburg en Frankrijk ligt enkele kilometers achter ons. ’s Avonds scoren we onze eerste schnitzels in het hoog gelegen havenrestaurant met uitzicht op de haven.

‘s Morgens tanken we onze tanks helemaal vol (€ 0,899 per liter) en vervolgen onze tocht over de prachtige Moezel. Slechts 2 sluizen scheiden ons nog van Duitsland want de afstand van de Franse- tot de Duitse grens is slechts 38 kilometer. De laatste Luxemburgse plaats en grensplaats is “Wasserbillig” waar het water waarschijnlijk heel goedkoop is.

Duitsland
Vlak voor Trier verlaten we voor enkele dagen de Moezel, omdat we de Saar op willen varen tot de plaats Mettlach. Dit is de uitdrukkelijke wens van Dinie, want in Mettlach liggen de roots van “Villeroy en Boch” een van de oudste porselein en aardewerk fabrieken en die wil zij graag bezichtigen.

Saarburg, voor Trier even stuurboord uitDe eerste stop op de Saar is Saarburg, nog zo’n aanrader!, waar we vrijdagmiddag op tijd arriveren. Als we naar het steiger waar we af mogen meren varen, zien we dat er al een Nederlands jacht ligt afgemeerd. Dichterbij gekomen blijkt dat de “Margreet” te zijn, oude bekenden van ons en sinds kort ook van Nettie en Magchiel. Omdat zij niet aan boord zijn lopen we naar het cenrum van Saarburg met de hoop om hen onverwacht tegen te komen. Nou, dat lukt en hoe! Groot is de verassing voor de bemanning van de “Margreet” als zij opeens “oog in oog” met ons staan. Na een hartelijke begroeting besluiten we om allereerst iets te drinken op een terras.

De reis naar Mettlach duurt kort, zodat we daar de volgende morgen al voor 12.00 uur afmeren. Na een bezoek aan het dorp en een lunch op een terras (lekker decadent) bezoeken we de oude fabriek. Tijdens het bezichtigen van alles wat “Villeroy en Boch” in haar 260 jarige bestaan heeft (door) gemaakt krijgen we ook nog de gelegenheid om een film met de geschiedenis van dit mondiale familiebedrijf bij te wonen. Werkelijk indrukwekkend om te zien dat dit bedrijf nog steeds in handen van de familie Boch is en dat al zo lang. Als we terug aan boord komen zien we de “Lotus” van Henny en Harrie liggen. Zij hebben ook een ABIM in aanbouw en zijn bezig aan de laatste vakantie met hun huidige schip. Vanaf volgend jaar maart zullen zij ook met een ABIM varen en sluiten qua reiservaringen uitstekend aan bij ons idee hierover.

’s Avonds na het eten wandelen we nog naar de volgende sluis, sluis Mettlach bestaande uit 2 sluizen met een verval van 11 meter. Naast de sluis zijn onder de stuw grote turbines gebouwd voor het opwekken van elektriciteit. De grote sluis heeft de indrukwekkende lengte van 190 meter en is 12 meter breed. Na deze wandeling drinken we nog iets op ons achterdek.

Na de bakker te hebben bezocht wenden we de stevens weer in de richting van de Moezel. Ondertussen bellen we met het thuisfront want zoon Richard viert vandaag zijn verjaardag. Het weer is fantastisch en we beleven dit zelfde gedeelte van de Saar toch weer helemaal opnieuw. Ook de Moezel en sluis Trier zijn ons welgezind zodat we redelijk op tijd in Schweich afmeren. 's Avonds eten we op het terras voor de haven pal aan de Moezel. Zelden hebben we zo’n fijne avond meegemaakt, tot laat in de avond genieten we van het eten en het uitzicht over de Moezel. Vooral de voorbijvarende grote en fraai verlichte passagiersschepen geven een extra dimensie aan deze mooie avond.

Het gedeelte van de Moezel dat we maandag varen is misschien wel het allermooiste gedeelte van de hele rivier. Van Schweich naar Bernkastel is werkelijk imponerend mooi. Hoge steile bergen met heel veel wijnbouw en tegen die bergen “aangeplakt” complete dorpen met werkelijk prachtige wit gepleisterde huisjes. Soms zijn de bergen met elkaar verbonden met prachtige bruggen die meters hoog boven ons het autoverkeer de gelegenheid geven om zich te verplaatsen. Het is bijna een eer dat wij hier met ons eigen schip mogen varen. En dan al die mooie dorpjes aan de oever van de rivier, met veelal prachtige vakwerkhuizen, oude kastelen fraai aangelegde kades, het is een aaneenschakeling van indrukken.

We meren af in de jachthaven van Bernkastel en gaan op de fiets naar het centrum dat aan de overkant van de rivier ligt. Als we halverwege de middag een terrasje opzoeken begint het onverwacht heel hard te regenen. Binnen in het cafeetje drinken wij onze consumpties op, terwijl buiten de zon alweer begint te schijnen. Aan het begin van de avond fietsen we nog een keer naar het stadje om te eten. Op zo’n reis kun je eigenlijk niet zonder fietsen!

Motorjacht ABIM mooi steiger in Traben-TrarbachAls we de volgende morgen sluis Zeltingen uitvaren komt de “Margreet” ons tegemoet. Zij hebben in Bernkastel hun zoon en schoondochter aan boord genomen en zijn op en neer naar Traben-Trarbach geweest ons einddoel voor vandaag. We bereiken deze bestemming al om 12.30 uur en vinden er de mooiste ligplaats van onze hele reis.

Na de hele middag door het stadje gezworven te hebben ontdekken we dicht bij de aanlegplaats een nieuwe supermarkt. Dat moeten we maar goed noteren voor een volgende keer, altijd makkelijk. Vanavond eten we op het achterdek bruine bonen met spek en dat hartje zomer!

Op 12 augustus bereiken we onze bestemming, Zell am Mosel, al om 11.00 uur. Ook hier treffen we het weer want ook deze steiger ligt als het ware op ons te wachten. Omdat deze groter is dan de vorige sturen we een SMS je naar de “Margreet” met de vraag of we een plekje vrij moeten houden. Als deze daarop positief reageren vragen we dat aan de havenmeester en of we een bordje dat in een hoek van het steiger hangt daarvoor mogen gebruiken. Op beide verzoeken krijgen we een bevestigend antwoord en zo verhangen wij het bordje met de tekst “Besetzt”.

De middag brengen we in Zell door, bekend vanwege haar “Schwarze Katz” wijnen. Dinie besluit om daar ook nog naar de kapper te gaan en zo vliegt de middag voorbij. Ondertussen arriveert de “Margreet” en gaan hun kleinkinderen, die een weekje aan boord blijven, lekker in de Moezel zwemmen. Ja, wij houden opa en oma wel even aan de praat, geen zorgen. Die avond genieten we lang van het mooie weer en wordt het erg laat op onze achterdekken.

Op naar Cochem, 36 kilometer varen en 2 sluizen in iets meer dan 4 uren. Als je vroeg vertrekt lijkt het vaak alsof alles meezit. Ella en Wijnand komen op bezoek, een afspraak die we vorig jaar toen wij hun boot meekregen naar Berlijn al gemaakt hebben. Zij hebben een hotel in de buurt en combineren de verkenning van de Moezel met een bezoek aan ons. Helaas is het vandaag regenachtig waardoor we de wandeling naar de Rijksburcht uitstellen tot morgen.

Vrijdag is het prachtig weer, volop zon en prima weer voor onze klim omhoog. We besluiten om met het veerpontje de Moezel over te steken om van daaruit naar boven te gaan. De klim is kort, steil en hevig. In ca. 30 minuten zijn we op een hoogte van ongeveer 100 meter boven de rivier. Maar eenmaal boven gekomen is het uitzicht fenomenaal. De foto’s die je van hieruit van Cochem en van de Moezel kunt maken lijken net ansichtkaarten.

CochemWe besluiten ook om een rondleiding door de burcht te boeken om zodoende eens te zien wat zich achter deze muren bevindt. Ook dat is een aanrader, de burcht en haar inventaris zijn in zeer goede staat en de uitleg tijdens deze rondleiding is zeer verhelderend. De burcht is gebouwd in 1056 na Christus, enkele keren verwoest en weer opgebouwd en nu eigendom van de stad Cochem.

Na terugkeer in de stad Cochem gaan we een wijnkelder bezichtigen om meer over de wijncultuur van deze streek te weten te komen. Ook dit is een interessante en boeiende bezichtiging met prima uitleg. Na zo vaak in Cochem geweest te zijn moeten we eerlijk bekennen dat we dit veel eerder hadden moeten doen.

Winningen, kilometer 11 aan de Moezel, wordt het einddoel voor de zaterdag. Het wordt zo warm dat we vanmorgen de tent al hebben afgebroken, opgevouwen en opgeruimd. Heerlijk zo in de open lucht genieten van de mooie Moezel. De laatste 50 kilometer van de Moezel zijn nog steeds mooi omdat wij er niet op uitgekeken raken. Mooie dorpjes met witte vakwerkhuizen langs de oevers met vlak daarachter steile hellingen vol met druivenranken. Als we ’s middags al drijvende voor een sluis liggen te wachten trekt Dinie “de stoute schoenen” aan en neemt een duik in de Moezel. Dit voorbeeld doet volgen en om en om zoeken we verfrissing in het heerlijke water. Winningen is een grote onpersoonlijke en dure haven met een ronduit slecht (Italiaans) restaurant. Zelfs de diesel is hier afgrijselijk duur, gelukkig dat we in Luxemburg getankt hebben want van een prijs van € 1,35 per liter wordt je niet vrolijk. Nee, Winingen heeft ons voor de allerlaatste keer gezien.

Zondagmorgen leggen we de laatste 11 kilometer van de Moezel af en als dan ook sluis Koblenz voor ons openstaat zijn we al vroeg op de Rijn. Deze neemt ons met haar 7 kilometer stroom snel mee zodat we op de GPS zien dat we met en vaart van zo’n 20 kilometer per uur huiswaarts gaan. Er is genoeg te zien om ons heen waardoor de tijd omvliegt en we de haven van Oberwinter invaren voordat we het door hebben. Ook hier duiken we onmiddellijk na het afmeren in het mooie heldere water. Ondertussen ontvangen we een SMS je van de “MeerBeer” de eerste ABIM-Classic die we gebouwd hebben. Waar zijn jullie, we denken dat we in de buurt zijn. Het zijn Ria en Fred die vanaf Bazel de Rijn afgekomen zijn en min of meer al rekening houden met een ontmoeting. Als zij even later dan ook de haven invaren is het feest compleet. Zij zijn door Frankrijk via Mulhouse op de Rijn gekomen en vonden toen ze zo dicht bij Bazel waren dat ze daar ook nog maar even heen moesten varen. Nou, diegene van u die de bemanning van de “MeerBeer” kent weet dan wel genoeg, wat een verhalen, de middag en de avond vliegen voorbij.

Zo vertrekken we vanmorgen stroomafwaarts richting Keulen. Een stad is gezien de temperaturen van vandaag eigenlijk te warm, maar toch de haven maar ingevaren. Eigenlijk valt het wel mee, in de stad schijnt de zon ook wel maar door de schaduwen om de gebouwen merk je het minder. Aan de Dom, het fysieke centrum van Keulen, kun je natuurlijk niet voorbijgaan. Dus lopen we in korte broek en zomerse kleding door deze prachtige kathedraal. Wat een rijkdom en wat een prachtige afbeeldingen in de grote “Glas in lood” ramen. Als we door de stad terugslenteren in de richting van de haven besluiten we om op een terras een zak patat iets erbij te kopen. Even later zitten we lekker te kliederen met patat met mayonaise en een echte Duitse “Bratwurst”, heerlijk!

Jachthaven “Krefeld” is de laatste mooie jachthaven voor het Roergebied. We zijn daar in 2005 ook al geweest en bewaren daar goede herinneringen aan. Ook nu duiken we na het afmeren al heel snel weer in het water en krijgen “en passant” van Fred nog les in het watertrappelen.

Deze laatste avond met Ria en Fred wordt op het achterdek van de “Virus” doorgebracht waarbij ook onze “Skottelbraai” weer een hoofdrol vervuld.

Vanmorgen vertrekken wij, na een hartelijk afscheid van Ria en Fred, richting Nederland. Dit gedeelte van de Rijn hebben wij, los van mijn reizen tijdens mijn periode in de binnenvaart, nu zo’n 7 keer bevaren maar nog nooit was het zo druk. De hele reis kwam je ogen en oren tekort om alles goed in je op te nemen. Dinie kwam niet aan lezen toe, terwijl ze zich over het algemeen toch goed op een boek kan concentreren. Opvaart, afvaart, lege schepen, geladen schepen, tankers, duwcombinaties, passagiersschepen, alles leek te varen om ons te plezieren.

Na iets meer als 100 kilometer en 6 uren gaan we voor anker op de “Bijland plas” en ook nu zoeken we direct de verkoeling van het water en maken al zwemmend de waterlijn nog eens schoon. Na een kleine 1.500 kilometer wordt dat wel eens tijd natuurlijk. We eten in de warme zon op ons achterdek en blijven nog lang buiten. Jammer genoeg komen er duizenden muggen aan boord zodat de boot er na enkele ogenblikken niet meer utziet, alles zit onder.

De volgende morgen nemen wij eerst even de tijd om de boot van de muggen te ontdoen en lekker schoon te maken alvorens wij vertrekken.

Via Deventer, vroeg afgemeerd vanwege het “Weeralarm”, varen we nog naar Zwolle en later naar Kampen alvorens we zondagmiddag 23 augustus 2009 weer veilig afmeren in Ossenzijl. We hebben in 40 dagen en 186 vaaruren zo’n 1.640 kilometer afgelegd.

pdf
Download dit verslag als PDF bestand.

 pdf
Download hier het vaarschema als PDF bestand


Gebruikte kaarten en boeken

ANWB kaart Kaart M “Limburgse Maas”
ISBN 2-7416.0143-7 Navicarte 9
ISBN 3-89225.319-6 Die Mosel mit Saar
ISBN 3-89225.446-x Der Rhein

Deze boeken en kaarten zijn o.a. te bestellen bij: L.J. Harri B.V. Prins Hendrikkade 94-95 1012 AE Amsterdam tel: 020-6248052 fax: 020-6258086

ABIM, Elke haven een thuishaven!

Copyright © 1999 - 2013 | ABIM Yachting B.V.® |  Alle rechten voorbehouden. Prijs en modelwijzigingen voorbehouden
Opdijk 10 - 12 | 8376 HH Ossenzijl |Telefoon 0561 - 477.440  | E-mail

Naar Boven